Leerroute 1

Korte omschrijving van de doelgroep

Leerlingen die onderwijs volgen in leerroute 1 zijn minimaal gemiddeld intelligent maar hebben vanwege motorische, neurologische of (psycho-)somatische problemen moeite met leren. Tevens kan er sprake  zijn van bijkomende problematieken, zoals ADHD, NLD en ASS. Deze problemen kunnen resulteren in belemmeringen om aan onderwijs deel te nemen, een zeer geringe educatieve en/of motorische zelfredzaamheid, informatieverwerkings-problemen, een traag werktempo, ruimtelijk-visuele problemen of sociaal- emotionele problemen, zoals problemen met handicapverwerking.

Instroomniveau van de doelgroep

Het instroomniveau van de leerlingen is wat betreft de didactische vaardigheden (lezen, spelling, rekenen/wiskunde) gemiddeld minimaal midden groep 8-niveau en wat betreft de communicatieve, praktische redzaamheid en de vaardigheden op het gebied van leren leren gemiddeld minimaal midden groep 7-niveau van het regulier basisonderwijs. Uitval op didactische onderdelen verklaard vanuit (meervoudige c.q. secundaire) dyslexie of dyscalculie wordt gecompenseerd.
De leerling is in staat groepsgewijze instructie op te volgen, zelfstandig te werken en zelfstandig huiswerk te maken.  Op gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling bevinden deze leerlingen zich in de 2e socialisatiefase, wat overeenkomt met een kalenderleeftijd van > 11 jaar.

Uitstroomniveau van de doelgroep

De ambitie is dat deze leerlingen na de onderbouw uitstromen naar regulier VMBO – onderwijs. Zij starten dan in het 3e leerjaar. Leerlingen dienen dan aan eind van de onderbouw de kerndoelen VO en de doelen uit de leerlijnen van het Breda College te hebben behaald. Om dit te bewerkstelligen is de leerstof van de onderbouw van het VMBO verdeeld over drie leerjaren en krijgen de leerlingen in deze drie jaar extra aanbod gericht op studievaardigheid (leren, leren), sociaal emotionele ontwikkeling en communicatie (SOVA) en praktische vaardigheid/ arbeidsoriëntatie (HEFT). Indien het voor een leerling niet mogelijk is na drie jaar uit te stromen naar regulier VMBO onderwijs, bestaat de mogelijkheid door middel van staatexamens deelcertificaten of een volledig diploma op het niveau van VMBO-TL te behalen.

 

Uitstroombestemming van de doelgroep in het perspectief van onderwijs, werken, wonen en vrijetijdsbesteding

Onderwijs

Wat betreft de uitstroombestemming wordt gestreefd naar uitstroom naar vervolgonderwijs MBO , voortgezet onderwijs HAVO of Speciaal MBO REA-college.
Indien mogelijk kunnen leerlingen na de onderbouw fase op het Breda College ook doorstromen naar het derde leerjaar van het reguliere onderwijs.

Werken

Wat betreft arbeid kunnen deze leerlingen op termijn uitstromen naar loonvormende arbeid.

Wonen

Op het gebied van wonen is de leerling op termijn in staat zelfstandig, al dan niet met ADL-hulp, te wonen.

Vrijetijdsbesteding

Op het gebied van vrije tijd kunnen deze leerlingen deelnemen aan zelfstandige en georganiseerde vormen van vrijetijdsbesteding, al dan niet aangepast.

 

Instructie- en ondersteuningsbehoefte

De leerlingen krijgen naar behoefte ondersteuning. Op de eerste plaats is er sprake van een geïntegreerd aanbod van onderwijs en revalidatie, zogenaamd één kind, één plan, afgestemd op de hulpvragen van de leerling, op basis van de pijlers onderwijs, behandeling en verzorging.

Didactische ondersteuning

  • Doordat de leerstof van de onderbouw over drie leerjaren is verspreid, hebben de leerlingen één jaar extra om zich verder te ontwikkelen op de gebieden waar zij een achterstand op hebben
  •  Leerproblemen worden  ondervangen met behulp van o.a. e-pack methodes (digitale lesmethodes), daisyspeler, laptop, opzoekboekjes en rekenmachine. Nadruk van het onderwijs ligt op compensatie. Bij leerlingen met ruimtelijk-visuele problemen worden aanpassingen gedaan in de vorm van verbalisatie of gebruik van concreet visueel materiaal. Informatieverwerkingsproblemen of problemen met het werktempo worden ondervangen met extra tijd voor het verwerken van de leerstof.
  • In de les wordt directe instructie geboden, waarna een groep zelfstandig aan de slag kan. Van hieruit wordt bekeken welke leerlingen nog een verlengde instructie nodig hebben.
  • De leerlingen worden, zeker in het begin, intensief begeleid met het gebruik van de agenda, het leren leren en het leren gebruiken van de verschillende methodes die zij krijgen aangeboden.
  • Leerlingen wordt geleerd gebruik te maken van leer- en werkstructuren die het best bij  hen past (=zelfinstructie). De mentor coacht dit proces
  • Structuur wordt geboden door lessen in een vast stamlokaal aan te bieden (m.u.v. expressie, gym, muziek en biologie)

Sociaal-emotionele- en gedragsondersteuning

  • Er wordt ingestoken op het vergroten van het zelfvertrouwen en zelfverantwoordelijkheid, het vergroten van sociale vaardigheden en weerbaarheid, het omgaan met ziekte/beperking en handicapacceptatie door middel van coaching gesprekken met de mentor, SOVA-lessen en evt. weerbaarheidstraining Rots en Water. Uitgangspunt is dat sociale structuren moeten worden aangeleerd  en niet als vanzelfsprekend kunnen worden gezien
  • Extra ondersteuning wordt geboden middels een veilig pedagogisch klimaat, waarbij het opdoen van succeservaringen en het durven fouten te maken voor op staat’

Fysiek en medische ondersteuning  en ondersteuning ten aanzien van communicatie

  • Therapieën, zoals fysiotherapie, ergotherapie en logopedie vinden onder schooltijd plaats
  • Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden ondersteund door fysieke en communicatieve aanpassingen, zoals aangepast meubilair, solo-apparatuur en andere hulpmiddelen
  • De school beschikt over verzorgingsruimten en alle zorgassistenten zijn geautoriseerd om de noodzakelijk medische- en verzorgende handelingen bij leerlingen te verrichten.