Leerroute 5

Korte omschrijving van de doelgroep

Leerlingen die onderwijs volgen in leerroute 5 zijn veelal bekend met een matige verstandelijke beperking (IQ tussen de 35 en 55) en worden in het onderwijs al dan niet belemmerd door bijkomende problematieken zoals, motorische, neurologische, (psycho-) somatische problemen, ontwikkelingsstoornissen en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheid. De emotionele leeftijd van deze leerlingen ligt grofweg op een vergelijkbaar leeftijdsniveau van 3 tot 6 jaar.

Instroomniveau van de doelgroep

Het instroomniveau van de leerlingen ligt wat betreft de leergebied overstijgende, praktische  en didactische redzaamheid gemiddeld op niveau 6 tot 8 op de CED-lijnen.  Dit is vergelijkbaar met een basisschoolniveau van ongeveer midden groep 2 tot eind groep 3.

Uitstroomniveau van de doelgroep

Bij uitstroom vanuit leerroute 5 functioneert een leerling  op een gemiddeld niveau van 8 tot 10 op de CED-lijnen.

 

Uitstroombestemming van de doelgroep in het perspectief van onderwijs, werken, wonen en vrijetijdsbesteding

Onderwijs

Het doel van het onderwijs aan deze leerlingen is de zelfredzaamheid vergroten, de communicatieve vaardigheden verbeteren, het vergroten van de werknemersvaardigheden (concentratie en werkhouding) en het sociaal-emotioneel functioneren optimaliseren.

Werken

Aan het eind van leerroute 5 stroomt de leerling uit naar een “taakgerichte dagbesteding”. Vanuit de voorziening mogen de volgende omgevings- en ondersteuningsvoorwaarden worden verwacht:

  • De omgeving is veilig en vertrouwd.
  • Er is professionele ondersteuning in de directe omgeving; de begeleider is in de nabijheid.
  • De ondersteuning vindt veelal groepsgewijs plaats.
  • Er is ruimte voor aansturing en planning voor de individuele deelnemer.

Wonen

Op termijn zullen deze leerlingen zijn aangewezen op een vorm van beschermd wonen op basis van een WLZ-of WMO-indicatie.

Vrijetijdsbesteding

De leerling kan deelnemen aan georganiseerde en begeleide vormen van vrijetijdsbesteding die veelal in grote mate zijn gericht op deze doelgroep.

 

Instructie- en ondersteuningsbehoefte

Per individu kunnen aanpassingen mogelijk zijn, deze aanvullingen staan in het groeidocument  van de leerling vermeld.
De algemeen noodzakelijke ondersteuning staat hieronder genoemd:

Didactische ondersteuning

  • Geef korte groepsgewijze instructie.
  • De informatie en instructie wordt enkelvoudig en concreet aangeboden, de leerling wordt direct bij de eigen doelen betrokken. Herhaling is noodzakelijk.
  • Verbale instructie is mogelijk, visuele ondersteuning is daarbij wenselijk en vaak zelfs noodzakelijk.
  • De leerling is in staat om gedurende 15 min tot 45 minuten zelfstandig te werken. In het programma is voldoende ruimte voor meer ontspannende activiteiten.
  • De praktijkvakken worden aangeboden in een praktisch, concrete en realistische context. De overige vakken vinden plaats in een eigen stamlokaal.
  • Het onderwijs wordt dusdanig aangeboden dat leerlingen in toenemende mate leren om met elkaar in kleine groepen samen te werken.

Sociaal-emotionele- en gedragsondersteuning

  • De leerling heeft een veilige en vertrouwde leef- en leeromgeving nodig.
  • Hij moet altijd kunnen terugvallen op zijn eigen vaste groepsleiding.
  • De leerkracht hanteert een inspirerende, positieve en enthousiaste leerstijl.
  • De begeleiding is gericht op het stimuleren van initiatief name en het dragen van verantwoordelijkheid (op basis van succeservaringen)
  • Het voordoen en benoemen van gewenst gedrag is belangrijk.
  • Er is sprake van een nabije begeleiding zonder dat daarbij onnodige betutteling wordt ervaren.
  • Hulp bieden is belangrijk. Leg de verantwoordelijkheid bij jezelf. Boos worden helpt niet, uit de situatie halen of de handeling onderbreken is een betere optie.
    Het is belangrijk dat het gedrag actief veranderd wordt; je moet zelf optreden.
  • Tijdens momenten van begeleiding op afstand kan er ervaring opgedaan worden met meer zelfstandig functioneren.
  • De kunst is om de eigen wil van de leerling in banen te leiden. Pak het diplomatiek aan, leid af.
  • Er is nog geen sprake van een intern geweten. De aanwezigheid van de begeleider en de begeleiding van het gedrag blijven daarom nodig, elke dag weer opnieuw.
    (Het weten dat iets niet mag, verandert langzaam door herhaling, in ‘ik heb het eerder gehoord, ik heb het geweten’. )
  • Er kunnen nog geen oplossingen of alternatieven bedacht worden. Doe dat samen.
  • Je bent voorspelbaar en betrouwbaar waardoor de ander zich veilig voelt.
  • Bij duidelijkheid hoort ook dat je geen verzet oproept door het vragen van een handeling. Bijvoorbeeld “kom we gaan” in plaats van “ga je mee?” of “kom, we gaan eten”.
  • Geef gedoseerde verantwoordelijkheid.
  • Benoem kort dát iets niet mag en waarom niet: “Niet slaan, dat doet pijn”. Formuleer kort het alternatief: “Ga maar vragen of je het hebben mag” en voer samen de handeling uit. Niet te veel confronteren met gedrag.

Voor de emotioneel hogere functionerende leerlingen geldt ook:

  • Een groepsgerichte benadering met het oog op sociaal leren is in deze fase aan de orde, zoals rekening houden met elkaar. Een uitnodigende (uitdagende), stimulerende benadering waarbij groepsregels een algemeen kader aangeven is belangrijk. Bij stressvolle of nieuwe situaties wordt tijdelijk individuele ondersteuning geboden. Confrontatie met sociaal gedrag kan plaatsvinden binnen de groep, terwijl meer inzichtgevende of persoonlijke confrontatie individueel gebeurt.
  • Affectiviteit in de relatie is enerzijds een voorwaarde voor het sociaal leerproces, anderzijds is het belangrijk deze relatie professioneel te hanteren (losmakingproces).
  • Verantwoordelijkheid leren dragen is een centrale doelstelling (op basis van succeservaringen).
  • Het accent in de begeleiding verschuift in deze fase steeds meer van samen doen naar stimuleren tot zelf doen en zelf oplossingen bedenken.

Fysiek en medische ondersteuning  en ondersteuning ten aanzien van communicatie

  • Therapieën, zoals fysiotherapie, ergotherapie, logopedie, MRT en sensorische integratie kunnen onder schooltijd plaats vinden.
  • Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden ondersteund door fysieke en communicatieve aanpassingen, zoals aangepast meubilair, solo-apparatuur en andere hulpmiddelen.
  • Totale communicatie (Nederlands met gebaren, visuele ondersteuning) is essentieel.
  • Het taalgebruik is kort en concreet; de opdracht is helder en duidelijk waarbij benoemd wordt welke handeling gewenst is.
  • De leerling alert maken middels het noemen van de naam alvorens je de opdracht overbrengt, is belangrijk.
  • Coaching van logopedist is nodig ivm gebruik van picto’s en gebaren.

De school beschikt over verzorgingsruimten en over onderwijsassistenten die  geautoriseerd zijn om de noodzakelijk medische- en verzorgende handelingen bij leerlingen te verrichten