Leerroute 3

Korte omschrijving van de doelgroep

Een leerling binnen leerroute 3 is bekend met een licht verstandelijke beperking ( IQ tussen de 65 en 75) en mogelijk bijkomende problematieken (ADHD, ASS, een gedragsprobleem, motorische, neurologische  of somatische problemen of sociaal-emotionele kwetsbaarheid).

Instroomniveau van de doelgroep

Het instroomniveau van deze doelgroep kenmerkt zich door een range tussen het niveau M5 en E6. In algemeenheid komen deze leerlingen vanuit de eigen SO-afdelingen. Daarnaast zien we ook in toenemende mate leerlingen die vanuit andere scholen worden aangemeld zoals  SBO-scholen, andere SO-scholen en scholen voor regulier basisonderwijs.
De leerlingen worden qua vaardigheidsniveau ingeschaald op de niveaus 12 tot 13 van de herziene leerlijnen VSO van het CED. Als indicatie kunnen we deze vaardigheidsniveaus wat betreft vakken als Nederlandse taal en rekenen vergelijken met het niveau tussen M5 en E6. We kunnen dit zien als een grove indicatie. De praktijk leert dat er een grote spreiding is: dit zowel naar de leerlingen alsook binnen de leerlijnen.

Uitstroomniveau van de doelgroep

In algemene zin functioneert de leerling binnen doelgroep 3 aan het einde van de leerroute  binnen de herziene VSO-leerlijnen CED op een gemiddeld niveau van 14 of op niveau 1F om door te stromen naar het MBO.

 

Uitstroombestemming van de doelgroep in het perspectief van onderwijs, werken, wonen, en vrijetijdsbesteding

Onderwijs

Leerlingen in doelgroep 3 die in het onderwijsprogramma de bijbehorende leerroute volgen zijn in staat groepsinstructie te kunnen volgen. Waar mogelijk zal echter ook ruimte moeten zijn voor individuele uitleg. Ook op het gebied van werkhouding zijn zij in staat gedurende een korte tijd zelfstandig te kunnen werken. Het werken in niveaugroepen een gewenste didactische werkvorm om tegemoet te komen aan eventuele niveauverschillen. Het klassenprogramma wordt primair door een groepsleerkracht onderwezen en eventueel ondersteund door een parttime assistent. Voor de verschillende praktijkvakken zijn er vakleerkrachten en vakassistenten om de leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op de praktijk. Zeker voor de praktijkvakken is het van belang dat het onderwijs wordt onderwezen in levensechte en bedrijfsmatige context.

Werken

Aan het eind van leerroute 3 stroomt de leerling uit naar een betaalde arbeidsplaats binnen een regulier bedrijf. Ook zullen er leerlingen binnen deze leerroute zijn die kunnen uitstromen naar een entree-opleiding binnen het MBO.

Wonen

Op termijn is de leerling in staat om zelfstandig te wonen. Een lichte vorm van begeleiding zou de leerling kunnen ondersteunen.

Vrijetijdsbesteding

Het zelfstandig kunnen vormgeven van vrijetijdsbesteding en deelname in clubverband aan ontspanningsactiviteiten is een doel waar naar toegewerkt wordt.

 

Instructie- en ondersteuningsbehoefte

Didactische ondersteuning

  • Een praktijkgerichte leeromgeving waarin leerlingen kunnen wennen aan een arbeidsmatige aanpak
  • Verbale groepsinstructie eventueel met visuele ondersteuning
  • Een onderwijsklimaat waarin de leerling de eigen competenties leert ervaren; ga hierbij uit van de mogelijkheden en niet van de beperkingen.
  • Bied informatie en instructie helder en concreet aan en betrek de leerling direct bij de eigen doelen
  • De leerling leert met eigen verantwoordelijkheid om te gaan
  • Richt het onderwijs dusdanig in dat leerlingen leren met elkaar in groepen samen te werken
  • Binnen de planning het onderwijsaanbod wordt uitgegaan van een opbouw in praktijk aangevuld met didactische vaardigheden
  • Er wordt een leerstijl gehanteerd waarin de leerling zo veel als mogelijk betrokken en verantwoordelijk is voor zijn eigen leerdoelen
  • De leeromgeving dient een weerspiegeling te zijn van de uitstroombestemming; de praktijkvakken worden op een bedrijfsmatige en realistische wijze aangeboden
  • De leerling maakt gebruik van een portfolio waarin de beheerste vaardigheden zijn beslag krijgen; de leerling wordt hier optimaal bij betrokken
  • De school beschikt over een stagebureau en uitgebreid netwerk van stageplaatsen van waaruit leerlingen praktijkervaring kunnen opdoen

Sociaal- emotionele en gedragsondersteuning

De emotionele leeftijd in deze fase zal uitkomen boven de 7 jaar. Rekening gehouden wordt met onderstaande begeleidingsbehoefte.
In de fase boven de 7 jaar komt meer inzicht in oorzaak en gevolgrelaties. Daardoor gaat de leerling rekening houden met reële situaties. In deze periode gaat de leerling zich meten aan anderen op het gebied van lichamelijke capaciteiten. Een gevoel van competitie dient zich aan. Het wordt belangrijk om gewaardeerd te worden door leeftijdsgenoten. De gewetensvorming wordt verder voltooid. Sociale regels worden verinnerlijkt.

  • Het stimuleren van zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Begeleiding en ondersteuning op, steunend en voorwaardenscheppend voor maximale zelfverantwoordelijkheid, maar niet betuttelend
  • Opdoen van positieve leerervaringen. Begeleiding dient ook te ondersteunen in de interpretaties die de leerling maakt en soms dingen anders of genuanceerder labelen voor de leerling
  • Inzicht gevend, vanuit vertrouwensrelatie positieve feedback geven, helpen bij het maken van existentiële keuzes, loyaliteitsconflicten
  • Leerlingen zijn meer gericht op de buitenwereld. De wereld om hen heen wordt groter en ze wegen de meningen van anderen ten opzichte van de begeleider af. Een controlerende en belerende houding werkt averechts
  • Leerlingen hebben de mogelijkheden om het waarom van bepaalde zaken te bespreken. Weigering is over het algemeen een inhoudelijke discussie vragen vanuit een beter besef van de eigen mogelijkheden en beperkingen
  • Regels, afspraken en meningen worden getoetst bij anderen dan de directe begeleiding
  • Een groepsgerichte benadering met het oog op sociaal leren is in deze fase nog steeds aan de orde. Een uitnodigende (uitdagende), stimulerende benadering waarbij groepsregels een algemeen kader aangeven is belangrijk
  • Bij stressvolle of nieuwe situaties wordt tijdelijk individuele ondersteuning geboden. Confrontatie met sociaal gedrag kan plaatsvinden binnen de groep, terwijl meer inzicht gevende of persoonlijke confrontatie individueel gebeurt
  • Een vertrouwensrelatie is een voorwaarde voor het sociaal leerproces. Verantwoordelijkheid leren dragen is een centrale doelstelling (op basis van succeservaringen). Het accent in de begeleiding in deze fase is stimuleren tot zelf doen en zelf oplossingen bedenken
  • De mate van structuur, toezicht en nabijheid dient in toenemende mate een weerspiegeling te zijn van de werkelijkheid binnen een setting van betaalde arbeid

Fysiek en medische ondersteuning  en ondersteuning ten aanzien van communicatie

  • De school beschikt over verzorgingsruimten en kan gebruik maken van aangepaste therapieruimten (fysiotherapie, ergotherapie, SI ondersteuning)
  • Er is een schoolverpleegkundige aanwezig
  • Waar nodig wordt gebruik gemaakt van aangepast meubilair en andere hulpmiddelen
  • Er is ruimte aanwezig voor logopedische ondersteuning
  • Er is ruimte aanwezig voor remedial teaching (RT).

Leerroute-overstijgende voorwaarden

  • Contacten en samenwerking met externe instanties
  • Intensieve contacten met de thuissituatie
  • Medicatiegebruik