Leerroute 2

Korte omschrijving van de doelgroep

Leerlingen die onderwijs volgen in leerroute 2 beschikken over capaciteiten op minimaal een moeilijk lerend niveau en worden daarnaast door motorische, neurologische of (psycho-) somatische problemen in het onderwijs belemmerd. Tevens kan er sprake  zijn van bijkomende problematiek, zoals ADHD, NLD en ASS. Deze problemen kunnen resulteren in een zeer geringe educatieve en/of motorische zelfredzaamheid, leerproblemen, en/of sociaal- emotionele problemen, zoals internaliserende gedragsproblemen.

Instroomniveau van de doelgroep

Het instroomniveau van de leerlingen is wat betreft de didactische vaardigheden (lezen, spelling, rekenen/wiskunde) gemiddeld minimaal eind groep 5-niveau en maximaal gemiddeld midden groep 8 niveau, van het regulier basisonderwijs. Voor uitval op didactische onderdelen verklaard vanuit (meervoudige c.q. secundaire) dyslexie of dyscalculie wordt gecompenseerd. Voor wat betreft de communicatieve, praktische redzaamheid en de vaardigheden op het gebied van leren leren is het instroomniveau gemiddeld minimaal eind groep 5-niveau en maximaal gemiddeld midden groep 7-niveau, van het regulier basisonderwijs. De leerling is in staat groepsgewijze instructie op te volgen en zelfstandig te werken. Op gebied van de sociaal emotionele ontwikkeling bevinden deze leerlingen zich in de realiteit- bewustwordingsfase, wat overeenkomt met een kalenderleeftijd tussen 8- en 12 jaar.

Uitstroomniveau van de doelgroep

Omdat de school niet voorziet in een aanbod VMBO-B/K bovenbouw, kan het onderwijs in de beroepskadergerichte leerweg van het Breda College niet worden afgesloten met een volledig diploma. Het doel is dat deze leerlingen na de onderbouw uitstromen naar regulier of specifiek VMBO – onderwijs. Zij starten dan in het reguliere 3e leerjaar. Leerlingen dienen dan aan eind van de onderbouw de kerndoelen VO en de doelen uit de leerlijnen van het Breda College  te hebben behaald. Om dit te bewerkstelligen is de leerstof van de onderbouw van het VMBO verdeeld over drie leerjaren en krijgen de leerlingen in deze drie jaar extra aanbod gericht op studievaardigheid (leren, leren), sociaal emotionele ontwikkeling en communicatie (SOVA) en praktische vaardigheid/ arbeidsoriëntatie (HEFT).

 

 Uitstroombestemming van de doelgroep in het perspectief van onderwijs, werken, wonen en vrijetijdsbesteding

Onderwijs

Na de onderbouw op het VSO stromen zo veel mogelijk leerlingen door naar het 3e leerjaar  van het regulier of specifiek VMBO in de basis- of kaderberoepsgerichte leerweg.  De uiteindelijke uitstroombestemming is vervolgonderwijs, MBO. Indien het voor een leerling niet mogelijk is na drie leerjaren door te stromen naar regulier VMBO onderwijs, dan zijn er momenteel drie mogelijkheden:
1) uitstromen naar een andere VSO school, die de bovenbouw van VMBO B/K wel aanbiedt
2) via leerroute 3 uitstromen naar arbeid.
3) MBO entree
Echter, blijft het Breda College op zoek naar samenwerking met andere scholen om ook voor deze leerlingen het behalen van een diploma mogelijk te maken.

Werken

Wat betreft arbeid kunnen deze leerlingen op termijn uitstromen naar loonvormende arbeid.

Wonen

Op het gebied van wonen is de leerling op termijn in staat zelfstandig, al dan niet met ADL-hulp, te wonen.

Vrijetijdsbesteding

Op het gebied van vrije tijd kunnen deze leerlingen deelnemen aan zelfstandige en georganiseerde vormen van vrijetijdsbesteding, al dan niet aangepast.

 

 Instructie- en ondersteuningsbehoefte

De leerlingen krijgen naar behoefte ondersteuning. Op de eerste plaats is er sprake van een geïntegreerd aanbod van onderwijs en revalidatie, zogenaamd één kind, één plan, afgestemd op de hulpvragen van de leerling, op basis van de pijlers onderwijs, behandeling en verzorging.

Didactische ondersteuning

  • Doordat de leerstof van de onderbouw over drie leerjaren is verspreid,  krijgen de leerlingen in deze drie jaar extra aanbod gericht op studievaardigheid (leren, leren), sociaal emotionele ontwikkeling en communicatie (SOVA) en praktische vaardigheid/ arbeidsoriëntatie (HEFT).
  • Nadruk van het onderwijs ligt op compensatie. Leerproblemen worden  ondervangen met behulp van o.a. e-pack methodes (digitale lesmethodes), daisyspeler, laptop, opzoekboekjes en rekenmachine. Bij leerlingen met ruimtelijk-visuele problemen worden aanpassingen gedaan in de vorm van verbalisatie of gebruik van concreet visueel materiaal. Informatieverwerkingsproblemen of problemen met het werktempo worden ondervangen met extra tijd voor het verwerken van de leerstof en controle of instructie wordt begrepen.
  • In de les wordt directe instructie geboden, waarna een groep zelfstandig aan de slag kan. Van hieruit wordt bekeken welke leerlingen nog verlengde instructie of ondersteunende hulpmiddelen nodig hebben.
  • Opdrachten worden kort, duidelijk en stapsgewijs aangeboden.
  • De lessen zijn voorspelbaar opgebouwd;
  • Per les wordt een beperkte hoeveelheid informatie aangeboden;
  • De leerlingen worden, zeker in het begin, intensief begeleid met het gebruik van de agenda, het leren leren en het leren gebruiken van de verschillende methodes die zij krijgen aangeboden.
  • Van leerlingen wordt een (re)productieve leerstijl verwacht.
  • Leerlingen wordt geleerd gebruik te maken van leer- en werkstructuren die het best bij  hen past (=zelfinstructie). De mentor coacht dit proces.
  • Structuur wordt geboden door lessen in een vast stamlokaal aan te bieden (m.u.v. expressie, gym, muziek en biologie).

Sociaal-emotionele- en gedragsondersteuning

  • Er wordt ingestoken op het vergroten van het zelfvertrouwen en zelfverantwoordelijkheid, het vergroten van sociale vaardigheden en weerbaarheid, het omgaan met ziekte/beperking en handicapacceptatie door middel van coachinggesprekken met de mentor, SOVA-lessen en evt. weerbaarheidstraining Rots en Water. Uitgangspunt is dat sociale structuren moeten worden aangeleerd  en niet als vanzelfsprekend kunnen worden gezien.
  • Extra ondersteuning wordt geboden middels een veilig pedagogisch klimaat, waarbij het opdoen van succeservaringen en het durven fouten te maken voor op staat’.

Fysiek en medische ondersteuning  en ondersteuning ten aanzien van communicatie

  • Therapieën, zoals fysiotherapie, ergotherapie en logopedie onder schooltijd plaats.
  • Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden ondersteund door fysieke en communicatieve aanpassingen, zoals aangepast meubilair, solo-apparatuur en andere hulpmiddelen.
  • De school beschikt over verzorgingsruimten en alle zorgassistenten zijn geautoriseerd om de noodzakelijk medische- en verzorgende handelingen bij leerlingen te verrichten.